‘De anatomie van dromen’ houdt je aandacht irritant lang vast

Chloe Benjamin schreef in 2018 haar tweede roman De onsterfelijken, die ook in Nederland lovende recensies ontving. De anatomie van dromen is haar debuutroman, nu eindelijk in het Nederlands vertaald. Wat bleek uit De onsterfelijken en weer bevestigd wordt in deze roman, is dat Benjamin een voorliefde heeft voor mysterieuze en enigszins duistere onderwerpen.

In De anatomie van dromen lezen we het verhaal van Sylvie en Gabe die door hun schoolhoofd op de kostschool meegesleurd worden in een reeks experimenten met lucide dromen. Het mysterieuze en geheimzinnige aan dit boek is dat de droomexperimenten ook aan de lezer door een soort dichte mist uitgelegd worden, waardoor we nooit echt helemaal begrijpen wat er nou precies gebeurt tijdens die experimenten. Wel weten we dat de experimenten vaak niet helemaal ethisch zijn en onder andere leiden tot een moord gepleegd door een oud-patiënt. Sylvie, het hoofdpersonage, besluit naar aanleiding daarvan op onderzoek uit te gaan, en stuit ook op geheimen die ze wellicht niet had willen vinden.

Dit boek is sowieso interessant voor iedere lezer die zich wel eens heeft afgevraagd wat een mens allemaal kan uitspoken tijdens zijn dromen. Iedereen die wel eens slaap heeft gewandeld of het idee heeft gehad dat hij zijn droom kon sturen zal dit boek dan ook interessant vinden. Bovendien wordt het plot in piepkleine puzzelstukjes opgediend, waardoor Benjamin je elke keer precies genoeg informatie geeft om door te willen lezen. Dat is zowel het onvermijdelijk spannende als het redelijk irritante aan dit boek: je hebt als lezer continu het gevoel dat je aan het lijntje wordt gehouden, dat je net niet genoeg weet om de gebeurtenissen in je hoofd aan elkaar te knopen.

Je hebt als lezer continu het gevoel dat je aan het lijntje wordt gehouden

Dat heeft dan ook te maken met de beschrijvingen van de dromen van het hoofdpersonage Sylvie, die recht door haar echte, “wakkere” leven heenlopen. Het boek volgt zo eigenlijk twee verhaallijnen – die van wakkere Sylvie en die van slapende Sylvie. Hoe deze twee levens overlappen wordt duidelijk aan het einde van het boek, de ontknoping van het plot. De plottwist zelf is niet slecht (alhoewel redelijk voorspelbaar voor de gemiddelde oplettende lezer), maar de manier waarop deze uitgelegd wordt is wel een beetje lui. In plaats van het “show, don’t tell” principe toe te passen wordt de hele geheimzinnige sluier die Benjamin gedurende de eerste 300 pagina’s over het plot heen heeft weten te leggen er in één keer als een pleister afgerukt. Dit boek was zeker gebaat geweest bij een rustigere en meer geleidelijke afwikkeling.

Toch bewijst Benjamin ook weer in dit boek dat ze de aandacht van de lezer goed vast weet te houden. Lucide dromen is een voor veel lezers interessant en origineel onderwerp dat je niet zo snel in een ander boek tegenkomt.  En hoewel de afwikkeling van het verhaal een beetje flauw is, is de opbouw van het verhaal dat zeker niet.