Özcan (Eus) Akyol kreeg dit jaar de eer om het Boekenweekessay te schrijven. Een mooie opdracht, maar ook eentje waar iedereen altijd hoge verwachtingen van heeft. Niet per se een makkelijke opgave dus. Momenteel is Generaal zonder leger het bestverkochte boek in De Bestseller 60, waarmee hij Lucinda Riley van haar troon stoot. Ironisch, want zowel Riley als De Bestseller 60 krijgen een plekje in Eus’ essay. 

In zijn essay maakt Eus een vuist naar de literaire snobs uit het boekenvak, het ‘ons-kent-ons-cultuurtje’ en de stoffige reputatie die zij zo wanhopig proberen vast te houden. Hij betoogt dat binnen het boekenvak heel wat mensen behoorlijk neerkijken op de ‘gewone’ boeken en de ‘gewone’ mensen die die boeken lezen. Volgens Eus heeft het boekenvak te maken met een in zichzelf gekeerde houding en stoïcijnse tunnelvisie. Literatuur moet wat betekenen, een dubbele laag hebben. Op zich is dat niet verkeerd, maar wel als die dubbele laag als harde feit wordt gepresenteerd. Soms zijn woorden gewoon woorden op papier, kaart Eus aan. Literatuur is er zeker om een betekenis aan te geven, maar dan wel iedereen een eigen betekenis. En dat is het essentiële punt dat Eus bespreekt in zijn essay: iedereen geeft zijn eigen betekenis aan een boek. Dus waarom moeten we op iemand neerkijken als haar/zijn betekenis niet met die van jou overeenkomt?

Zo krijgen behoorlijk wat literaire critici er flink van langs

Om zijn punt te maken haalt hij een boekwerk aan anekdotes, interviews en eigen ervaringen aan. Zo krijgen behoorlijk wat literaire critici er flink van langs. Maar ook tv-programma’s zoals VPRO Boeken en het boekenpanel van DWDD krijgen het zwaar te verduren. Eus beweert dat er sprake is van inteelt binnen het boekenvak. Het gevolg zijn onrealistische recensies en onterechte nominaties. Daarmee worden de boeken die je zogenaamd zou moeten lezen onterecht door je neus gedouwd. Maar o wee als je hiervan afwijkt, dan krijg je de stempel ‘niet-lezer’ en word je met de neus aangekeken.

Nu dit de huidige gang van zaken is, vraagt Eus zich – terecht – af hoe we jongeren nog gemotiveerd krijgen om te lezen. Laten we eerlijk zijn, ook jij hebt gelogen over de boeken die je met Nederlands op je leeslijst had staan omdat je onmogelijk door Harry Mulisch heen kon komen. Toch werd het van je verwacht. Maar waarom? Waarom gaan we het gesprek niet aan en laten we iedereen lezen wat ze willen lezen? Het wordt tijd om de kloof tussen de zogenaamde ‘niet-lezer’ en de ‘literaire-elite’ te dichten, vindt Eus. Doen we dit niet, dan vreest hij voor de dood van de literatuur.

Toch slaat hij hier en daar nogal wat open deuren in en laat hij andere belangrijke details juist weer links liggen

Overdreven? Misschien. Betreft de onrealistische voorstelling van het framen van belangrijke literatuur heeft Eus zeker een punt. Toch slaat hij hier en daar nogal wat open deuren in en laat hij andere belangrijke details juist weer links liggen. Zo haalt hij literaire smaak regelmatig door elkaar met een bepaalde arrogantie. Want ook als zogenaamde literaire-elite kun je een bepaalde literaire smaak hebben. Maar wanneer je mensen minder vindt omdat zij iets anders lezen, dan spreken we van arrogantie. Bovendien lijkt Generaal zonder leger zich sterk te maken om juist deze arrogantie te weren, maar schroomt Eus zelf niet om na een aflevering Lévi Weemoedt bij DWDD om veertien gedichtenbundeltjes van gefrustreerde kijkers te vragen, om ze vervolgens in dit essay faliekant tegen de vlakte te schrijven:

Ze denken groots en meeslepend te schrijven, met het gevolg dat hun werk iedere lezer drie iq-punten extra zal opleveren, maar in werkelijkheid zijn de pennenvruchten ondermaats, onorigineel en, dit is nog wel mijn grootste ergernis, gelardeerd met afstotelijke pretentie.

Spreken we hier nu van arrogantie of literaire smaak?

Al met al is het essay precies wat we van Eus gewend zijn. Interessant, vlot en grappig met een serieuze ondertoon. Toch voelt het meer als een haastig in elkaar gezet relaas dan onderbouwd betoog. Jammer, het punt is namelijk interessant, maar de uitwerking doet je daaraan twijfelen. Maar misschien zijn het ook maar gewoon woorden op papier en moeten we er vooral onze eigen betekenis aan geven.